Paardentaal

Een paard praat met zijn lichaam. Die lichaamstaal gebruikt hij bij het communiceren met andere paarden, maar ook in zijn relatie met mensen. Aan de positie van hoofd, benen en staart, aan de stand van de oren en de uitdrukking van ogen en mond is af te lezen hoe een paard zich voelt.

Door deze lichaamstaal te leren lezen, kun je het paard beter begrijpen, hem beter opvoeden en beter met hem omgaan. Paarden leerden paardentaal en sociale spelregels in de kudde. Natuurlijk konden ze verschillende geluiden maken, maar elk geluid kon ook onbedoeld roofdieren attent maken op de aanwezigheid van de kudde. Het was dus veiliger om voornamelijk via lichaamstaal met elkaar te communiceren.

Het paard heeft die lichaamstaal steeds verder verfijnd. De beweeglijke oren en de gezichtsuitdrukking spelen hierbij een hoofdrol. Door veel naar paarden te kijken, leer jij hun taal ook te begrijpen. En dat is handig, want paarden zijn zeer gevoelig voor lichaamstaal.

Ze reageren dan ook direct op de lichaamstaal van de mens. Onbewust, en vaak ook onbedoeld, geven wij met onze lichaamstaal heel veel informatie over onze gemoedstoestand. Het paard kan met zijn gedrag de gemoedstoestand van de ruiter weerspiegelen. Van een onzekere of angstige ruiter wordt het paard ook vaak onzeker. Of hij reageert juist met verzet en probeert in dat geval de rol van leider van hem over te nemen.

Bij een ruiter of verzorger die zelfverzekerd en ontspannen is en zich ook duidelijk en consequent opstelt, voelt ook het paard zich prettiger. Je kunt je eigen lichaamstaal trouwens ook gebruiken tijdens het werken met je paard. Het ‘natural horsemanship’ is daar volledig op gebaseerd. Met de juiste aanwijzingen van jouw lichaamstaal kun je het paard in de gewenste gang en in de gewenste richting laten lopen.

Wil je hier meer over leren? Observeer je paard dan eens een middag als hij met vrienden in de wei staat. Let op het orenspel, de staart, de gezichtsuitdrukking, de lichaamshouding en de interactie met andere paarden, maar kijk ook naar zijn beweging en het eetgedrag.

Je kunt veel zien aan de staart, oren, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding van het paard. 

‘Een paard wordt als een sociaal dier geboren, maar moet de ‘paardentaal’ dan nog leren. Die taal kan hij het makkelijkst leren als hij tot zijn vierde levensjaar in een groep staat met ruinen en merries van verschillende leeftijden.

Als je niet weet of jouw paard sociaal is opgegroeid en de taal kent, kun je hem dus niet zomaar met een groep buitenzetten. Laat hem eerst aan de hand kennismaken met zijn stalgenoten; ga samen rijden, zet ze naast elkaar tijdens het poetsen et cetera. Zet je paard dan naast een aardig paard in twee paddocks. Als dat goed gaat kun je die twee bij elkaar zetten en als ook dat geen problemen oplevert kun je ze samen in de groep zetten.’

(dr. Machteld van Dierendonck, gedragsdeskundige)